Overweeg je om de auto een keer te laten staan naar de start van je fietstocht en woon je op fietsafstand van een station? Dan is de trein vaak best een goed alternatief. 

Er zijn wel een paar spelregels waar je rekening mee moet houden. De belangrijkste: je reist met je fiets buiten de spits. Op werkdagen mag je fiets mee vóór 6.30 uur, tussen 9.00 en 16.00 uur en na 18.30 uur. In het weekend en op feestdagen is dit de hele dag toegestaan, en in juli en augustus zelfs ook doordeweeks. Zo voorkom je drukte en is er voldoende ruimte in de trein.

Voor je fiets koop je een speciaal kaartje: de Fietskaart Dal. Daarmee mag je je fiets de hele dag meenemen, ongeacht de afstand. In de trein plaats je je fiets in de daarvoor bestemde coupés, herkenbaar aan het fietssymbool bij de deuren. Het aantal plekken is beperkt, dus het kan voorkomen dat je even moet wachten op een volgende trein, zeker op mooie fietsweekenden.

Met een e-bike zijn er nog een paar praktische aandachtspunten. Zo is het verstandig om de accu (deels) opgeladen mee te nemen, omdat je die onderweg in de trein niet kunt opladen. Ook helpt het om eventuele fietstassen af te nemen bij het in- en uitstappen, zodat je je fiets makkelijker kunt manoeuvreren in de trein.

De voordelen zijn groot. Je vergroot je actieradius enorm: start je fietstocht bijvoorbeeld in Maastricht, Zwolle of Groningen en stap aan het eind van de dag weer op de trein naar huis. Of kies voor een route van A naar B, zonder dat je hoeft terug te fietsen naar je beginpunt.

Meer informatie op de website van de NS